Philip Hertz

Naam

Philip Hertz

Philip Hertz (Bron: Hub Consten).

Overlijdensbericht van de moeder van Philip in NIW 20 juni 1913 (Bron: Delpher).

Links Philip Hertz, bij de slagerij, vermoedelijk rond 1910-1920 (Bron: Hub Consten).

 

Geboren

17 maart 1870 te Sittard

Gedeporteerd

9 april 1943 naar Vught; op 8 mei naar Westerbork en 11 mei gedeporteerd naar Sobibor

Vermoord

14 mei 1943 te Sobibor

Adres

Emmastraat 3, Sittard

Familie

zoon van wijlen Samuel Cappel en Sara Hertz-Robens; broer van onder meer Julie, Cesar, Sigmund en Dina Hertz; oom van Johanna, Samuel, Flora en Sophie Hertz; neef van Herman Hertz gehuwd Regina Isaac

Achtergrond

De overgrootvader van Philip Hertz stamde uit Gangelt. Hij trouwde in 1759 met een Levi uit Sittard en vestigde zich hier als slager. De vader van Philip was in 1806 te Sittard geboren en trouwde pas op zijn 40ste met de 23-jarige Sara Robens uit Langweiler. Ze kregen 10 kinderen, waarbij Philip een nakomertje was: zijn vader was toen al 63 en zijn moeder 46 jaar.

Een broer en zus waren al overleden voor de geboorte van Philip. Vader en een tweede zus overleden toen Philip 5 jaar was, en zijn oudste broer en nog een zus toen hij 17 was. De overgebleven twee broers en twee zussen trouwden, en drie van hen verlieten Limburg.

Alleen broer Sigmund bleef met zijn gezin en met de ongehuwde Philip in Sittard wonen, in het ouderlijk huis op Putstraat 41. (Het pand was al voor 1842 in het bezit van hun grootvader.) De twee broers zetten na het overlijden van hun moeder in 1913 de slagerij van hun ouders voort. De vier kinderen van Sigmund vertrokken uit Sittard, drie om te trouwen en de jongste dochter Sophie om geneeskunde te studeren in Amsterdam (Zij studeerde in 1923 af als arts). Een ongehuwde neef en enkele dienstbodes woonden tijdelijk bij hen in.

Toen Sigmund in 1922 overleed (zijn vrouw was al enkele jaren eerder gestorven), wilde Philip blijkbaar de zaak niet overnemen. De winkel werd verkocht aan het joodse echtpaar Van Oss-Van der Laan uit Oisterwijk. In 1930 scheidde dit echtpaar en verliet Sittard weer, waarna het pand werd verkocht aan slager Leonard Hubert Lendfers (die in 1917-1918 al een tijdje bij de familie Hertz had ingewoond, waarschijnlijk als hulp in de slagerij).

Philip (bijgenaamd 'Filip Ketsj') verhuisde naar Emmastraat 3 bij het gezin Wolff; wanneer precies is niet bekend. In 1925 bood hij via de krant een tuin met stenen tuinhuis te huur aan, gelegen aan het Lang Gätske nabij de Putpoort; zijn adres was toen nog Putstraat 41. Mogelijk heeft hij nog een aantal jaren bij Van Oss of Lendfers meegewerkt in de slagerij.

Abraham Wolff was van Philips leeftijd, en een zoon van Philips nicht Sophia Wolff-Hertz. Hij woonde op de Emmastraat met zijn vrouw Bertha, zoon Romain en soms zoon Sylvain Wolff of andere kostgangers.

Sylvain en Romain Wolff werden in 1942 gedeporteerd, en Abraham, Bertha en Philip moesten in januari 1943 verhuizen naar Molenbeekstraat 12 bij de familie Horn-Rosenberg, of beter gezegd: bij hun leeftijdgenoten het echtpaar Rosenberg, want de jongere generaties waren toen al weggevoerd.

Daar bleven ze niet lang, want begin april 1943 werden ze gesommeerd zich in Kamp Vught te melden. Een maand later werden ze naar Westerbork overgebracht en vandaar gedeporteerd naar vernietigingskamp Sobibor.

Philips zus Dina en de kinderen van zus Julie en broer Sigmund werden eveneens vermoord; de twee dochters van Dina overleefden de oorlog.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst

Oude ansichtkaart van de Emmastraat; het laatste huis van het vierblok links was de woning van de familie Wolff (collectie ansichtkaarten Archief De Domijnen).
 
    
Sigmund Hertz voor zijn slagerij (Bron: Hub Consten), en zijn dochters Flora en Sophia Hertz (Bron: Pé Ruers)..