Bertha Heimberg-Klestadt

Naam

Bertha Heimberg-Klestadt

Annastraat 32 in juni 2018 (Bron: Google Streetview).
Limburgs Dagblad 17-8-1938 (Bron: Delpher).

 

Het Apeldoornse Bos met verpleegden (boven) en personeel (beneden).

Geboren

28 december 1891 te Büren (D)

Gedeporteerd

21 januari opgepakt bij de nachtelijke razzia in het Apeldoornse Bosch, de volgende ochtend in de trein vanuit Amersfoort gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

25 januari 1943 te Auschwitz

Adres

Annastraat 32, Geleen

Familie

dochter van wijlen Aron en Betty Klestadt-Cohn; zus van onder meer Johanna Anna Loewenstein-Klestadt, Hugo Klestadt, Selma Cahn-Klestadt, Paul en Julius Klestadt; echtgenote van Willi Heimberg

Achtergrond

Büren ligt halverwege tussen Dortmund en Göttingen. De overlijdensakte van Bertha vermeldt geen ouders. Op internet stonden een Sally Kleestadt en Anna Hirsch als ouders vermeld, hetgeen werd overgenomen in het boekje over de Geleense joden maar naderhand onzeker bleek. Inmiddels vermelden twee andere, uitvoeriger, stambomen op internet als ouders Aron Klestadt uit Büren (1842-1909) en Betty Cohn uit Ruhrort bij Duisburg (ca. 1856-1903), alsmede twee oudere zussen en vier oudere broers van Bertha. Een van de broers, Paul Klestadt, is mogelijk degene wiens weduwe en dochter eind jaren ’30 naar Sittard vluchtten.

Bertha trouwde op 15 maart 1922 in Hagen (D) met de koopman Willi Heimberg uit Madfeld (niet ver van Büren). Ze vluchtten vanuit Hamm (bij Dortmund) eind 1937 naar Geleen, waar ze op 29 december 1937 werden ingeschreven op het adres Annastraat 32.

Hier was “Het Delicatessenhuis” gevestigd, met kaas, vleeswaren en op de etage textielwaren. In augustus 1938 werd dit een winkel in manufacturen, lingeries en textielwaren onder de handelsnaam Willy Heimberg.

Bertha was echter op 25 april 1938 opgenomen in het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht 'Het Apeldoornse Bos', een inrichting voor mensen met allerlei psychiatrische problemen. Wat Bertha mankeerde is niet bekend, maar het verblijf bleek van lange duur. Op 25 mei 1939 werd ze ook uit het bevolkingsregister van Geleen uitgeschreven naar Het Apeldoornse Bos. Intussen was Willi Heimberg op 10 januari 1939 als kostganger ingetrokken bij het mijnwerkersgezin Abelshausen-Salvino op Julianastraat 5.

Op 20 januari 1943 verscheen de joodse Ordedienst van Kamp Westerbork op Het Apeldoornsche Bosch om de deportatie te begeleiden, maar ze waren een dag te vroeg: de goederentrein op het station was nog niet gereed gemaakt. De helft van het personeel en tientallen patiënten vluchtten die nacht en doken onder, de overige verpleegkundigen bleven bij de patiënten. In de nacht van 21 op 22 januari werden alle (tussen de 870 en 1250) patiënten en ruim 50 personeelsleden door de Waffen-SS en de Ordnungspolizei in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht. Deze vertrok 's-ochtends om 7 uur en reed rechtstreeks naar Auschwitz, waar de patiënten na aankomst op 24 januari direct zijn vergast; 52 verpleegkundigen gingen het kamp in.

Willi Heimberg overleefde de oorlog door onder te duiken. Hij werd na de bevrijding niet meer ingeschreven in Geleen, maar emigreerde naar Amerika en hertrouwde. Zijn tweede vrouw Doris stierf daar in 1987; Willi was al geruime tijd eerder overleden.

Link

Digitaal Monument

Stamboom Stern & Löbl Families

Literatuur

De vergeten joden van Geleen 1920-1950

Motief vervolging

joodse afkomst