Sophia Baum-Salmagne

Naam

Sophia Baum-Salmagne

portretSophia (bron: kleinzoon Steve Baum).

SamuelSamuel Baum (bron: kleinzoon Steve Baum).

slagerijDe slagerij in 1947 (bron: kleinzoon Steve Baum).

AufbauOverlijdensbericht in het Amerikaans-Duits joods blad Aufbau, 29 juni 1945.

Geboren

12 juni 1867 te Eilendorf (D)

Gedeporteerd

9 april 1943 naar Vught, via Westerbork op 14 september naar ​Bergen-Belsen

Vermoord

16 november 1943 te Bergen-Belsen

Adres

Bloemenmarkt 7, Geleen

Familie

dochter van wijlen Moses Salmang en Sibilla Marx; echtgenote van Samuel Baum; moeder van Bernhard, Max, Karl en Albert Baum; stiefmoeder van Jennie, Henriette en Johanna Baum; (stief)grootmoeder van onder meer Helene en Ilse Roer.

Achtergrond

Sophie was een nicht van Samuel Baums eerste echtgenote Carolina Salmang, die in 1902 te Bauchem overleed. Samuel Baum was op 6 juni 1862 te Bauchem geboren en (vee)handelaar van beroep. Na het overlijden van Carolina bleef hij met een zoon en drie dochters achter. Met Sophie kreeg hij nog vier zonen, allen te Bauchem geboren.

De zonen Max en Karl vestigden zich in mei 1937 in Geleen op de Bloemenmarkt, een maand later gevolgd door hun halfzus Jennie Roer-Baum, weduwe van Max Roer, die haar tienerdochters Helene en Ilse Roer meebracht. Een andere halfzus, Henriette Moses-Baum, had zich al in 1934 met haar gezin in Geleen gevestigd, en de derde halfzus, Johanna Gottschalk-Baum, week in 1938 met haar gezin uit naar Valkenburg. De twee broers van Max en Karl, Bernhard en Albert, waren in 1938 geëmigreerd naar Amerika.

Op de Bloemenmarkt nam de familie Baum slagerij Gijzen over, die daar sinds 1929 was gevestigd. Kort na aankomst in Geleen lieten Max, Karl en Jennie op 15 mei 1937 als vennoten hun rund-, varkens- en lamsslagerij onder de handelsnaam 'Gebr. Baum' inschrijven bij de Kamer van Koophandel in Heerlen.

Op 2 januari 1939 werd Samuel en Sophie op de Bloemenmarkt ingeschreven. Samuel Baum overleed enkele maanden na het uitbreken van de oorlog, op 11 oktober 1940, 78 jaar oud. Hij en Sophie woonden toen op Burg. Lemmensstraat 225; na zijn overlijden trok Sophie weer bij haar kinderen in op de Bloemenmarkt. Zoon Max Baum trouwde in 1941 met Gerta Kaufman uit Waldenrath, die kort daarvoor bij haar familie in Einighausen was komen wonen en na het huwelijk ook op de Bloemenmarkt introk.

Helene en Ilse Roer maakten deel uit van de eerste groep joden die op 25 augustus 1942 onder de mom van 'Arbeitseinsatz' via Maastricht werden vervoerd naar kamp Westerbork en van daar naar Auschwitz. Hun moeder Jennie en Karl Baum doken onder in Tegelen. Sophia, Max en Gerta doken niet onder. Max had aanvankelijk een 'Sperre' omdat hij hoofdvertegenwoordiger was bij de Joodsche Raad, maar in april 1943 verviel die en werd het drietal naar Kamp Vught gedeporteerd. Sophia werd op 9 mei naar Westerbork overgebracht. Ze zou van daaruit naar Theresienstadt gaan, maar werd uiteindelijk in september 1943 naar Bergen-Belsen gedeporteerd, waar ze twee maanden later overleed.

Max en Gerta werden in september 1943 naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze dwangarbeid moesten verrichten. Max bezweek daar waarschijnlijk in 1944; Gerta overleefde Auschwitz, moest op dodenmars toen het kamp werd geëvacueerd en werd in april 1945 in de buurt van Leipzig bevrijd door de Russen.

Zoon Karl, stiefdochters Jennie en Henriette en de twee kinderen van Henriette overleefden eveneens de oorlog. In 1947 emigreerden zij naar de Verenigde Staten.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

De vergeten joden van Geleen 1920-1950

Motief vervolging

joodse afkomst