Sigmond Wolff

Naam

Sigmond Wolff

familie WolffVooraan Rosa, moeder Johanna en Henriette, daarachter Bertha, Selma, Sigmund, Ida en Hedwig Wolff in 1927 (bron: Janet Isenberg).

pand WolffDe slagerij op de Limbrichterstraat in 1934 (bron: Archief De Domijnen).

Sigmond met moeder

Sigmond en zijn moeder in 1927.

Geboren

26 oktober 1887 te Sittard

Gedeporteerd

9 april 1943 naar Vught, vandaar 23 mei naar Westerbork en op 25 mei 1943 naar Sobibor

Vermoord

28 mei 1943 te Sobibor

Adres

Limbrichterstraat 63, Sittard

Familie

zoon van wijlen Alexander Wolff en Johanna Wolff; broer van Berta, Rosalia, Henriette, Hedwig, Selma en Ida Wolff; oom van Hilde en Alex Renberg

Achtergrond

Van de broer en zes zussen Wolff uit de Limbrichterstraat hebben twee zussen de oorlog overleefd. Dat waren degenen met volwassen kinderen, die hen voor de oorlog konden overhalen naar Zuid-Amerika te emigreren. De achterblijvers wilden bijeen blijven, en zijn daarom later ook niet ondergedoken.

De voorouders Wolff van vaders kant kwamen vanuit het Rijnland rond 1790 naar Limbricht en belandden via Susteren rond 1830 in Sittard. Moeder stamde uit een grote andere familie Wolff te Munstereiffel.

Sigmond was de enige jongen tussen zes zussen. In 1898 kreeg hij alsnog een broertje, maar dit kind werd helaas maar acht maanden oud. Tussen 1908 en 1921 trouwden drie van zijn zussen en verhuisden naar Duitsland, de andere drie bleven, net als Sigmond, ongehuwd en woonden in het ouderlijk huis. Zus Berta was getrouwd geweest met een slotenmaker, die in Rusland sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog, en hertrouwd met leraar en voorzanger Aron Goldschmidt. Henriette trouwde met fabrikant en fruitkweker Louis Klein, en Selma tenslotte met Max Renberg. Sigmond zou nooit zijn getrouwd omdat zijn drie zussen dan op straat zouden komen te staan.

In navolging van zijn vader en grootvader werd Sigmond Wolff slager van beroep. Hij zette de kleine slagerij van Alex Wolff na diens overlijden in 1921 voort samen met zijn moeder. In 1925 vond nog een verbouwing plaats in het pand, waarbij onder meer het kelderluik in de winkel werd vervangen door een trap in het woongedeelte, de put in de kelder werd gedempt en de voorgevel aangepast. De weduwe Wolff had daartoe opdracht gegeven. Zij overleed in 1928 te Tönisvorst, bij Krefeld, waar ze heen was gereisd voor de bar mitswa van haar kleinzoon Paul Klein, de tweede van de drie zonen van Henriette.

Naast slager was Sigmond in 1932-1933 voorzitter van het Israelietisch Armbestuur in Sittard. In 1933 overleed zwager Max Renberg, en kwam diens negenjarige zoon Alex bij Sigmond en zijn zussen op de Limbrichterstraat wonen. Zus Selma en haar dochter Hilde bleven in Duitsland tot 1939. Toen vertrok Hilde naar Engeland en vestigde Selma zich met zoon Alex op de Steenweg. Selma en haar zussen verdienden de kost als naaister. Sigmond beheerde het geld van de familie en zou daarmee zijn zussen Berta en Henriette geholpen hebben om met hun gezinnen tijdig te vluchten.

In 1941 trok de uit Duitsland gevluchte textielhandelaar Jacob Ralf Götz bij de familie Wolff in, en in februari 1943 moesten Selma en Alex Renberg hun woning op de Steenweg gedwongen verlaten en trokken eveneens bij de familie in.

Ralf Götz dook onder maar werd in september 1943 verraden. De familie Wolff was op 9 april 1943 naar Vught gedeporteerd, en vandaar naar Westerbork. Rosa werd op 21 mei 1943 vermoord in Sobibor, Sigmond en Hedwig op 28 mei 1943, en Ida, Selma en Alex werden later in Auschwitz vermoord.

De twee geëmigreerde zussen, Berta en Henriette, overleefden met hun gezinnen de oorlog en bleven in Amerika wonen. Ook Selma’s dochter Hilde overleefde.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst


blauwdruk

De verbouwing in 1925. Het 18de eeuwse pand is tegenwoordig Rijksmonument (nummer 33688).