Philip Silbernberg

Naam

Philip Silbernberg

Philip SilbernbergPhilip Silbernberg
‚Äč(Bron: glasnegatievencollectie Jos. Wilms/EHC)

De Speurder, 24-11-1934Advertentie in De Speurder, 24 november 1934 (Bron: krantencollectie EHC)

Geboren

5 november 1902 te Sittard

Gedeporteerd

6 maart 1944 verraden tijdens onderduik in Heerlen en gearresteerd; op 23 maart uit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

31 augustus 1944 in Midden-Europa (fictieve datum)

Adres

Engelenkampstraat 27, Sittard

Familie

zoon van wijlen Herman Silbernberg en van Rosalia Schwarz; broer van Esther van Dam-Silbernberg, Else Wijnperle-Silbernberg en Ies Silbernberg; echtgenoot van Jenetta van der Stam; vader van Roosje en Herman Silbernberg

Achtergrond

Philip werd geboren in Ophoven-Sittard. Zijn vader had sinds 1890 op de Brandstraat een winkel in manufacturen en koloniale waren, later ook herenmode. Zijn ouders verhuisden naar de Begijnenhofstraat, waar vader in  1934 overleed. Philip en Ies namen de zaak in 1929 over.
In augustus 1929 trouwde Philip met de Rotterdamse Jenetta (Jettie). Ze vestigden zich op de Engelenkampstraat, waar in 1930 Roosje en in 1934 Herman geboren werd. Broer Ies trouwde in 1937 eveneens en begon een eigen winkel in Geleen, terwijl Philip de zaak van zijn ouders voortzette.
Moeder Rosalie, liefkozend 'den Engel' genoemd, woonde aanvankelijk in op de Engelenkampstraat, maar verhuisde in 1939 met dochter Else en dier gezin naar Nieuwer-Amstel, waar zij in november 1941 overleed.
In het voorjaar van 1939 waren Rosalie's broer Albert en diens vrouw Hedwig Schwarz-Wihl uit Dortmund naar Nederland uitgeweken en bij het gezin van Philip ingetrokken.

In augustus 1942 ontkwamen de Silbernbergs aan de eerste grote deportatie-ronde in Limburg doordat Philip kort tevoren als medewerker van de Joodse Raad geregistreerd was. Desondanks besloten Philip en Jettie hun kinderen te laten onderduiken in Heerlen, en in oktober doken ook zijzelf onder. Philips broer in Geleen en zijn zussen in Amsterdam en Nieuwer-Amstel doken eveneens met hun gezinnen onder. Het echtpaar Schwarz-Wihl voelde zich daarvoor wellicht te oud, en verhuisde in november 1942 naar de Landweringstraat bij de familie Wolff-Koopman

Philip en zijn vrouw werden verraden en op hun onderduikadres in Heerlen opgepakt. De kinderen konden ontkomen en in België onderduiken. Zij werden na de oorlog opgevangen door Nathan en Else Wijnperle-Silbernberg.

Zoon Herman zette later zijn jeugdherinneringen op papier in schrift en tekeningen, die in boekvorm zijn verschenen en in diverse exposities worden tentoongesteld.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

Jochie... je moet er trots op zijn

Motief vervolging

joodse afkomst