Leentje Samuel-Noach

Naam

Leentje Samuel-Noach

Leentje Noach met manLeentje Noach met haar echtgenoot Mozes Samuel, ergens tussen 1878 en 1897 (bron: De vergeten joden van Geleen 1920-1950)

wandelLeentje Samuel-Noach op latere leeftijd (bron: familie Samuel)

Dochter Rebecca Harmsen-Samuel, 1886-1960 (bron: Hetty Laszlo)

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleinzoon Mozes Samuel (1918-1942) was de zoon van Salomon Simon Samuel (1883-1946) en Froukje Leezer (1889-1982). Zijn moeder is als weduwe met haar andere kinderen begin jaren '70 naar Israel verhuisd (bron: Digitaal Monument)

Geboren

9 februari 1862 te Deventer

Gedeporteerd

31 maart 1944 opgepakt uit onderduik, via Maastricht op 1 april naar Westerbork en 5 april naar Auschwitz gedeporteerd

Vermoord

8 april 1944 te Auschwitz

Adres

Agnes Printhagenstraat 2, Geleen (onderduik)

Familie

dochter van wijlen Salomon Noach en Antje Mogendorff; moeder van Samuel, Antje, Salomon Simon, Rebecca, Aron, Mozes en Mina Samuel; grootmoeder van onder meer Engbert Edith en Maximiliaan Harmsen en Maximiliaan Muller; weduwe van Mozes Samuel

Achtergrond

Leentjes vader Salomon Noach had een uitdragerij in de Noordenbergstraat te Deventer. Leentje trouwde op 16-jarige leeftijd in 1878 met de 23-jarige veehandelaar Mozes Samuel uit Rijssen. Leentje en Mozes woonden eerst in Twello waar al de kinderen zijn geboren. Mozes overleed in 1897 en liet haar achter met vier zonen en drie dochters.

In 1912 woonde de weduwe Leentje aan de Beestenmarkt en runde daar een hotel-café-restaurant, genaamd De Passage op de Veemarkt. Zij zette een advertentie met nieuwjaarswens in het NIW in september 1912.

Van de zeven kinderen zijn Samuel, Antje, Aron en Mozes in Auschwitz en Sobibor vermoord. Salomon Simon en zijn vrouw overleefden de oorlog, evenals Rebecca en haar man. Mina overleed in februari 1945 (de Hongerwinter). Rebecca en Mina waren beiden gehuwd met een niet-jood, wat hen voor deportatie zal hebben behoed.

Leentje woonde op de Kleine Overstraat 2-a in Deventer, maar dook eind 1942 of begin 1943 onder bij haar dochter Rebecca in Geleen, samen met kleinzoon Leo (zoon van haar zoon Salomon). Rebecca (Bets) woonde met haar man Gerrit Jan Harmsen op de Agnes Printhagenstraat, en had vanaf september 1943 vrijstelling van het dragen van de jodenster. In het voorjaar van 1944 moesten echter ook gemengd gehuwden zich melden, voor 'werkkampen' en sterilisatie. In maart 1944 werd een razzia gehouden, waarbij Rebecca uit haar huis werd gehaald en via Maastricht naar kamp Westerbork overgebracht. Daarbij werd ook haar moeder ontdekt en opgepakt. Rebecca werd na 10 dagen weer vrijgelaten uit Westerbork, maar moeder Leentje was inmiddels naar Auschwitz gedeporteerd en bij aankomst vergast.

Naast vier van hun kinderen zijn ook tenminste tien kleinkinderen van Mozes en Leentje vermoord in de kampen. Enkele andere kleinkinderen hebben de oorlog overleefd.

Link

Digitaal Monument
Struikelsteen in Deventer

Literatuur

De vergeten joden van Geleen 1920-1950

Motief vervolging

joodse afkomst

Agnes Printhagenstraat

De Agnes Printhagenstraat in Geleen, 4 mei 2012 (foto: Wil Brassé)