Mozes Schellevis

Naam

Mozes Schellevis

Rechts is het pand Paradijsstraat 2 te zien, in 1929 bij een Gouden Bruiloft (Bron: Beeldbank Archief De Domijnen).

De Paradijsstraat in 1926: vooraan de Helstraat met het nog bestaande 'Wijnhuis', direct achter het Wijnhuis is Paradijsstraat 2 te zien; daarachter de Verkesmert en rechtsboven het oude Kleesj (Bron: Archief De Domijnen).

Een plattegrond uit 1962; van het rijtje huizen in het midden is het meest rechtse Paradijsstraat 2 (Bron: Archief De Domijnen).

Geboren

2 maart 1912 te Amsterdam

Gedeporteerd

11 november 1942 opgepakt; via Westerbork op 9 februari 1943 gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

30 april 1943 te Auschwitz (fictieve datum)

Adres

Paradijsstraat 2, Sittard

Familie

zoon van wijlen Hartog Schellevis en van Jansje Schellevis-Goudsmit; broer van Simon, Barend, Grietje en Rachel Schellevis

Achtergrond

Toen de ouders van Mozes Schellevis in 1910 trouwden, was van zijn vier grootouders alleen de moeder van Jansje nog in leven. Vader Hartog had tenminste één broer en twee zussen, moeder een broer. De familie woonde in Amsterdam.

Vader was voddenkoopman van beroep. Hij was bij zijn huwelijk pas 21 en zijn bruid 23 jaar. Ze kregen vijf kinderen: in 1911 Simon, in 1912 Mozes, in 1913 Barend, in 1916 Grietje en in 1920 Rachel. Op Barend na waren allen naar de grootouders vernoemd. In april 1934 verhuisde het gezin van Amsterdam naar Maastricht. Twee maanden later, op 8 juni 1934 overleed Hartog Schellevis te Maastricht, 46 jaar oud.

Een tweede tragedie trof het gezin amper twee jaar later: de roofmoord op de oudste zoon Simon, toen pas 25 jaar. Simon was veekoopman en had in april 1936 op een dag blijkbaar een heel goede handel gehad. Hij zette 's avonds in de herberg van Klein-Ternaaien opzichtig de bloemetjes buiten van zijn geld. Na verlaten van de herberg werd hij door drie mannen overvallen en beroofd, en vervolgens in het Albertkanaal gegooid. Nadat zijn lijk was opgedoken werden de daders al snel gepakt en later dat jaar veroordeeld.

Het gezin Schellevis bleef nog een jaar in Maastricht en verhuisde in november 1937 naar Sittard, in een pand op de Molentraat 39, waar ze nog woonden toen de Duitsers binnen vielen. Alleen zus Grietje, die als dienstbode werkte, woonde in die tijd op verschillende adressen, in Sittard, Eindhoven en Amsterdam. Van juni tot oktober 1940 woonde het hele gezin tijdelijk weer in Amsterdam, op hetzelfde adres als Grietje. Grietje trouwde eind oktober met de fotograaf Leon Koopman. De rest van het gezin, moeder Jansje met Mozes, Barend en Rachel, vestigde zich nu weer in Sittard, dit keer op Molenstraat 31, en per 4 juli 1941 op Paradijsstraat 2.

Paradijsstraat 2 was een pand van de gemeente Sittard. Hier woonde al het mijnwerkersgezin Mols-Chrominski (familie van Zefke Mols) en de oude weduwnaar Sjeng Oberdorf, die eerder met zijn vrouw aan de overkant een café had gehad. Met het gezin Schellevis erbij telde het pand tien bewoners. Moeder Jansje kwam aan de kost als koopvrouw in ongeregelde goederen en (samen met Mozes en Barend) galanteriën. Zus Rachel werkte een tijd als kapster. Mozes had eerder ook als winkelbediende gewerkt, waarschijnlijk in Amsterdam en/of Maastricht.

Het jaar 1941 bracht veel verdriet. In juni overleed oma in Amsterdam, en in september werd zwager Leon Koopman in concentratiekamp Mauthausen vermoord; hij was waarschijnlijk opgepakt bij één van de razzia's in Amsterdam in februari of juni 1941. Wat eerst nog een lichtpuntje was: Grietje was in januari 1941 van een zoontje bevallen, werd eveneens een tragedie, toen het kind in november van dat jaar stierf.

Barend en Rachel Schellevis moesten zich eind augustus 1942 melden voor 'werk in Duitsland'. Mozes en zijn moeder kregen nog even uitstel, maar werden in november alsnog opgepakt en naar Westerbork gebracht. Mozes bij de nachtelijke razzia van 10 op 11 november. Zijn moeder werd drie dagen later weggevoerd; waarschijnlijk was ze tijdens de razzia niet thuis geweest, of was ze toen te ziek voor transport. Mozes bleef drie maanden in Westerbork, maar zijn moeder werd binnen een week gedeporteerd naar Auschwitz en bij aankomst vergast. In februari 1943 werd ook Mozes naar Auschwitz gedeporteerd. Als jonge man werd hij daar als dwangarbeider ingezet. Niemand van het gezin overleefde de oorlog.

Huisgenoot Sjeng Oberdorf overleed op de Paradijsstraat op 1 mei 1943. Het gezin Mols, met vier kinderen, emigreerde in 1952 naar Australië.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst