Max Wolff

Naam

Max Wolff

Max

Portretfoto van Max Wolff uit 1927 (Bron: glasnegatievencollectie Jos. Wilms/Archief De Domijnen).

streetview

Putstraat 50 in 2015 (bron: Google Streetview).

LD 8-9-1945

Oproep in Limburgsch Dagblad op 8 september 1945 (Bron: Delpher).

Geboren

24 januari 1880 te Sittard

Gedeporteerd

16 november 1943 opgepakt uit onderduik; vanuit Westerbork op 25 januari 1944 gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

28 januari 1944 te Auschwitz

Adres

Putstraat 50, Sittard

Familie

zoon van wijlen Marcus Wolff en Helena Golstein; broer van Bertha, Salomon, Sibilla en Emma Wolff; echtgenoot van Carolina Serphos; vader van Dini Wolff

Achtergrond

Max stamde uit de familie Wolff die zich rond 1790 te Limbricht en na 1800 te Sittard had gevestigd. Hij was een verre verwant van de familie Wolff op de Limbrichterstraat en van Joseph Wolff gehuwd Frederica Goldstein en Martha Michaelis.

Zijn vader Marcus (1837-1922) huwde in 1873 met Helena Golstein (1848-1914) uit Heerlen. Marcus (roepnaam Meijer) woonde als kind op de Plakstraat en later met zijn gezin in de Putstraat. Hij had een ongehuwde broer Bernhard, net als hij koopman, die tot 1920 bij hen woonde en toen naar Arnhem verhuisde. Marcus en Helena hadden drie dochters en twee zonen, waarvan Max de jongste was. De andere kinderen huwden en vertrokken uit Sittard. De oudste dochter Bertha keerde in 1912 met haar gezin naar Sittard terug. Zoon Salomon en zijn gezin ontvluchtten Luik in 1914 aan het begin van de Eerste Wereldoorlog en woonden toen enkele jaren in Sittard.

Max werd slager en veekoopman op de Putstraat. Hij richtte in 1911 samen met broer Salomon en zus Emma een vennootschap op, Gebr. Wolff en Wolff frères. Zus Emma stapte daar in 1918 uit daar zij ging trouwen en naar Amsterdam verhuizen.

Max trouwde pas in 1920, 40 jaar oud, met de 31-jarige Carolina (Line) Serphos uit Enschede. Drie jaar later werd te Sittard hun dochter Dini geboren.

In april 1936 vertrok Dini naar haar moeders broer en zus in Enschede, waar ze leerde voor tandartsassistente en onderwijzeres.

In 1937 deed Max Wolff mee aan de Paasveetentooonstelling in Beek en viel drie keer in de prijzen met zijn vee.

Tenminste vanaf juni 1935 had het gezin dienstbodes inwonen. De meisjes waren katholiek en bleven een half jaar tot 2½ jaar bij het gezin. Eind 1941 werd dit door het Duitse regime verboden. Waarschijnlijk is dat de reden dat Dini toen bij haar ouders terugkeerde.

Toen in Limburg in 1942 de deportaties begonnen, hoefde Max zich vanwege zijn leeftijd niet te melden voor de ‘werkverruiming’. Echter een half jaar later werd hun huis door de Duitsers gevorderd. Op 10 februari 1943 werd het gezin ingeschreven bij de familie Rutten-Hertz op Limbrichterweg 14 (Huidige Stationsdwarsstraat.) Daar bleven ze niet lang, want begin april 1943 kregen ze opdracht zich in Kamp Vught te melden.

Max en zijn gezin schijnen op 7 april 1943 in onderduik te zijn gegaan, en wel bij de Oirsbeekse gemeentesecretaris Gerard Fleischeuer. De familie Fleischeuer had tien joden in hun grote huis verstopt, maar ze werden uiteindelijk verraden en op 16 november 1943 samen met hun gastheer opgepakt.

De Geleense tiener Rie op den Camp schreef op 18 november in zijn dagboek: “Bij een inval op de boerderij van de gemeentesecretaris te Oirsbeek, de heer Fleischeuer, heeft de Duitse politie 10 ondergedoken joden ontdekt. De heer Fleischeuer en alle ondergedoken joden zijn gearresteerd en weggevoerd met onbekende bestemming. (...) Bij de inval stond de boerderij plotseling van alle kanten in het licht van de schijnwerpers, zodat niemand kon ontsnappen. Gelaarsde SS-mannen met geweren in de aanslag bestormden het huis. Men zegt dat de joden toen juist aan tafel zaten. (...) Onder de joden bevonden zich drie personen uit Sittard: moeder en kind Hertzdahl en de heer Wolf. Deze laatste lag ziek in bed en is later apart opgehaald.”

De jonge schrijver was verkeerd geïnformeerd, want de drie personen uit Sittard waren Max, Carolina en Dini Wolff; er was geen Hertzdahl bij. Ook schijnt niet Max Wolff maar Henri Schepp degene te zijn geweest die ziek op bed lag en een dag later werd opgehaald.

Gerard Fleischeuer overleed op 29 maart 1945 in Dachau; in 1965 werd zijn graf ontdekt en werd hij herbegraven in Maastricht; bij Yad Vashem in Israël werden vijf bomen voor hem geplant. Geen van de onderduikers heeft overleefd.

Max's zus Sibilla Keller-Wolff en twee van haar dochters overleefden de oorlog. Bertha en Emma en hun echtgenoten waren vermoord; wel overleefde een dochter van Bertha. Ook Max's oudere broer Salomon en zijn dochter Helene (gehuwd De Wijze) overleefden. Salomon Wolff verbleef na de bevrijding een tijd op Putstraat 50. Het pand bood toen tevens onderdak aan andere overlevenden die terugkeerden, zoals de gezinnen Wijnperle, Van Dam, Silbernberg, en Ies Sassen.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

"De Tweede Wereldoorlog in en rond Geleen - Dagboek van een Geleense jongen", door Rie Op den Camp, Uitg. 2003; ISBN 90-9017541-5

Motief vervolging

joodse afkomst