Margard Kaufmann

Naam

Margard Kaufmann

Marga
Marga Kaufmann in 1935 op haar zevende verjaardag (bron: Gershon Goldsteen)

Marga

Marga met haar moeder en mevrouw Lebenstein (een schoonzus van Ida) in Geleen, eind jaren 1930 (bron: Gershon Goldsteen)

 

Geboren

10 november 1928 te Gronau (D)

Gedeporteerd

8 april 1943 via Vught naar Westerbork overgebracht, en op 31 augustus 1943 naar Auschwitz gedeporteerd

Vermoord

3 september 1943 te Auschwitz

Adres

Rijksweg Zuid 30, Geleen

Familie

dochter van Richard Kaufmann en Adele Zilversmit; zus van Henriette Regina Kaufmann

Achtergrond

Marga's ouders waren in 1923 gehuwd te Gronau, waar haar moeder Adele in 1918 de levensmiddelenzaak van oma had overgenomen. Opa en oma Zilversmit heeft Marga nooit gekend. Moeder had wel vier broers, die deels met hun gezinnen in Nederland woonden, waar opa oorspronkelijk ook vandaan kwam. Na 1933 vluchtte de hele familie naar Nederland.

In Gronau werden Marga (1928) en haar oudere zus Henny (1924) geboren. Henny was licht gehandicapt doordat zij als baby hersenvliesontsteking had gehad. Ida Lebenstein, een ongehuwde vrouw uit Ochtrup en aangetrouwde familie van oom Max Zilversmit (die in Maastricht woonde), zorgde voor de kinderen en met name voor Henny. Het gezin en Ida ontvluchtten Duitsland in maart 1937 en werden ingeschreven te Geleen op Rijksweg Zuid 30. Richard had op dat adres per 1 maart 1937 een winkel overgenomen in commestibles, vleeswaren, koloniale waren, wijn en likeur en dergelijke.

Het gezin Kaufmann had voor hun vertrek naar Nederland al veel contact met de Zilversmits in Maastricht, en ook met familie van Ida Lebenstein, die later naar Sittard vluchtte. In augustus en november 1935 staat Marga al samen op de foto met Elfriede Lebenstein en haar verloofde Carl Goldsteen, en ook met haar Maastrichtse nichtje Helga Zilversmit. Helga en haar broer Hans kwamen geregeld naar Geleen.

Marga's vader Richard werd in 1941 om nog onbekende redenen gearresteerd en naar een Nederlands werkkamp of gevangenis gestuurd. Hij kwam van daaruit begin oktober 1942 in Westerbork terecht. Marga en haar moeder hadden het aanbod gekregen ergens onder te duiken, maar durfden dit niet aan uit angst dat hun man en vader als strafgeval naar het Oosten zou worden gedeporteerd. Zij zaten bij de laatste groep joden die op 8 april 1943 werden opgepakt en via Vught op 9 april naar Westerbork werden overgebracht. Daar werden ze herenigd met Richard. Henny, die toen in het Sint Joseph ziekenhuis te Heerlen verbleef, werd door de nazi’s vergeten en is de rest van de oorlog daar verborgen gehouden. Ida Lebenstein lijkt begin april wel nog te hebben geprobeerd om onder te duiken, maar belandde al snel ook in Vught en Westerbork, vanwaar ze in mei 1943 werd gedeporteerd naar Sobibor en daar vergast. Marga en haar ouders werden op 31 augustus samen op transport gezet naar Auschwitz, waar ze op 2 september 1943 's-avonds aankwamen en meteen naar de gaskamers werden geleid. Het Rode Kruis stelde in 1951 als overlijdensdatum van alledrie vast 3 september 1943. Alleen Henny Kaufmann overleefde de oorlog, dankzij de moed en zorg van het personeel in het Sint Josephziekenhuis. 

Oom Max was met zijn vrouw en kinderen ondergedoken in Luik; nichtje Helga werd gepakt maar overleefde het concentratiekamp. Zij publiceerde in 2006 haar memoires over Auschwitz-Birkenau onder de titel: "Door het oog van de naald: Maastricht - Luik - Mechelen - Auschwitz".

Link

Digitaal Monument

Project "Vermoorde onschuld" van Aline Pennewaard (2003)

Literatuur

De vergeten joden van Geleen 1920-1950

Motief vervolging

joodse afkomst