Levie Colthof

Naam

Levie Colthof

LouisHoogstwaarschijnlijk: zittend Louis Colthof en staand zijn neef Bèr Meier uit Beek, ca. 1915-1920 (Foto: Wilms-Mahr / Bron: Sara Kirby).

1917De handtekeningen onder de huwelijksakte van Louis, Rozette en de vader van Louis.

huisEngelenkampstraat 9 in 2010 (bron: Google Streetview).

LD 8-9-1945Oproep in Limburgsch Dagblad op 8 september 1945 (Bron: Delpher).

Geboren

3 oktober 1890 te Gorredijk

Gedeporteerd

11 november 1942 opgepakt bij razzia; via Westerbork op 16 november 1942 gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

19 november 1942 te Auschwitz

Adres

Slachthuisstraat 22 (nu Engelenkampstraat 9), Sittard

Familie

zoon van wijlen Benjamin Colthof en Esje Slager en stiefzoon van Sientje Wolf; broer van Marcus, Izak en Jozua, en halfbroer van Johanna Sophia, Sophia en Nathan Colthof; echtgenoot van Rozette Wolf; vader van Rozina Colthof

Achtergrond

De eerste Colthof was geboortig van Coevorden in Drenthe, en vestigde zich rond 1780 in het Friese Gorredijk bij Heerenveen. Zijn achterkleinzoon Benjamin Colthof (1859-1937) huwde eerst met Esje Slager (1860-1896) en hertrouwde met Sientje Wolf (1870-1942) uit Noordbroek in Oost-Groningen.

Levie (roepnaam Louis) Colthof stamde uit het eerste huwelijk van zijn vader, maar het was de familie van zijn stiefmoeder Wolf die hem naar Limburg bracht. De oudste broer van stiefmoeder was Jozef Wolf, die als rijkscommies in Maastricht terecht kwam en in 1891 met een meisje Hellendag uit Beek trouwde. Zus Frouwke Wolf trouwde vervolgens in 1896 met slager Meier uit Beek. Louis kwam in augustus 1906 naar Beek om als knecht bij zijn oom Mozes Meier te werken. Daar bleef hij tot oktober 1913, toen hij naar Sittard verhuisde. Aanvankelijk woonde hij op de Dorpsstraat in Ophoven. In 1917 trad Louis in het huwelijk met de 13 jaar oudere Rozette Wolf uit Noordbroek, die een jongere zus van zijn stiefmoeder was. Een jaar later werd hun dochter Rozina (Sientje) geboren.

Louis verdiende de kost als slager en later koopman van hoornvee. Het gezin woonde op Putstraat 8. Ze waren bevriend met het gezin van collega-slager Cals-Durlinger op Putstraat 11, met wie ze wekelijks een kaart-avond hielden. Op 16 augustus 1934 verhuisde het gezin Colthof naar Slachthuisstraat 22 (tegenwoordig Engelenkampstraat 9).

Louis bezocht in 1936 de Paasveetentooonstelling in Beek. Hij kocht twee prijswinnende koeien van boer Hermans uit Hoogenberg-Born, en werd daarmee in de krant abusievelijk zelf tot kampioen van de tentoonstelling uitgeroepen. Ook in 1937 kocht hij een prijswinnende koe van Hermans. In dat jaar was hij present op de Paasveetentooonstellingen in zowel Beek als Kerkrade. In Kerkrade wonnen zijn koeien twee prijzen.

Eind augustus 1942 moesten alle Joden tot 60 jaar zich met hun gezinnen melden voor de ‘werkverruiming’, de eerste grote deportatieronde in Limburg. Waarschijnlijk kreeg het gezin Colthof toen uitstel, mogelijk vanwege een ziektegeval in het gezin. In november 1942 echter werden Louis en dochter Sien 's nachts uit huis gehaald en alsnog naar Westerbork afgevoerd, samen met nog een reeks gezinnen uit Sittard, waaronder Horn, Moses, Sassen, Schellevis, moeder en dochter Koopman en Jos Hertz. Rozette werd die nacht niet meegenomen; mogelijk was ze niet thuis, maar waarschijnlijker was zij te ziek om te vervoeren, en wellicht was zij ook de reden waarom het gezin in eerste instantie uitstel had gekregen.

Toen begin april 1943 de oproep verscheen voor alle overgebleven joden om zich in Kamp Vught te melden, werd Rozette naar Rosmalen uitgeschreven. Waarschijnlijk is ze daar ondergedoken. Rozette overleefde de oorlog en overleed in 1960 te Rosmalen.

De broers en een halfbroer en halfzus van Louis Colthof werden met hun gezinnen vermoord in Sobibor en Auschwitz; alleen halfzus Sophia met haar man overleefden. Stiefmoeder Sientje Wolf werd eveneens vermoord. Van de familie Wolf overleefden tenminste de twee kinderen van Frouwke Meier-Wolf en die van Salomon Wolf.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst