Jacob Ralf Götz

Naam

Jacob Ralf Götz

Ralf
Ralf Götz (bron: Digitaal Monument)

steentjesStolpersteine voor Ralf, zijn moeder en zijn stiefvader in Kaßbergstraße 22a te Chemnitz, geplaatst in 2015 (bron: Chemnitzer Stolpersteine).

RotterdamStolpersteine voor Ralfs moeder en stiefvader op Burg. Meineszlaan 36a te Rotterdam, geplaatst in 2015 (bron: Traces of War)

Geboren

1 november 1913 te Chemnitz (D)

Gedeporteerd

2 september 1943 opgepakt uit onderduik; vanuit Vught op 19 oktober naar Westerbork en meteen gedeporteerd naar Auschwitz

Vermoord

31 maart 1944 te Auschwitz (fictieve datum)

Adres

Limbrichterstraat 63, Sittard

Familie

zoon van wijlen Georg Götz en van Dina Eschwege; stiefzoon van Israël van Voolen; broer van Gerda Freitag-Götz, stiefbroer van Maurits en Elius van Voolen

Achtergrond

Ralf was het jongste kind van koopman Georg Götz uit Kobylin in Posen (tegenwoordig Polen) en Dina (roepnaam Toni) Eschwege uit Bamberg. Zijn broer Heinz was al voor de geboorte van Ralf overleden, zijn zus Gerda was 5 jaar ouder dan hij.

Georg Götz nam in de jaren 1910 het warenhuis Gebrüder Böhm over. Hij overleed in december 1933, waarna weduwe Toni het bedrijf leidde. Ralf was voor het warenhuis werkzaam, totdat dit in 1937 'geariseerd' werd. In oktober 1938 confisqueerde de Gestapo ook het woonhuis van Ralf en zijn moeder, waarna ze in een klein appartement in Chemnitz trokken.

Bij de Kristallnacht pogrom in november 1938 werd Ralf in 'Schutzhaft' genomen en enkele weken in Buchenwald vastgezet. Zijn zus Gerda en haar man Ernst Freitag konden niet veel later naar de VS emigreren. Moeder Toni leerde de weduwnaar Israël van Voolen uit Amsterdam kennen, wiens schoondochter uit Chemnitz kwam. Toni trouwde begin 1939 met Israël.

In februari 1939 startte Ralf de firma Rosenfeld & Götz, een handelsbedrijf voor textiel, samen met Adolf Rosenfeld, een zwager van zijn stiefzus. In november 1939 konden Ralf en zijn moeder door Israël van Voolen naar Rotterdam gehaald worden. Ze probeerden daar visa voor de VS of Engeland te krijgen maar dat lukte niet.

Ralf woonde met hen op verschillende adressen in Rotterdam, en werd op 28 februari 1941 alleen ingeschreven in Sittard op de Limbrichterstraat bij de familie Wolff. Toen de oproep voor deportatie kwam dook hij onder, eerst op de Elegantierstraat in Hilversum en als laatste op Limbrichterstraat 14 in Sittard, waar hij op 2 september 1943 werd verraden.

Israël en Toni van Voolen-Eschwege werden via Westerbork op 2 november 1942 naar Auschwitz gedeporteerd en bij aankomst vergast. Voor hen werden in 2015 Stolpersteine gelegd in zowel Chemnitz als Rotterdam.

Link

Digitaal Monument

Chemnitzer Stolpersteine

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst