Charles Soesman

Naam

Charles Soesman

Charles

Charles Soesman in 1928 (bron: Glasnegatieven Collectie Jos. Wilms / Archief De Domijnen).

Charles

Charles Soesman (bron: Zou ik het willen overdoen?).

Putstraat 89
Putstraat 89 te Sittard (bron: Google Street View)

VVS

Charles (rechts achter met hoed) als secretaris bij VVS, Limburger Koerier 7 mei 1932 (bron: Delpher).

1937

Nieuwjaarswens in de Limburger Koerier van 31 december 1937 (bron: Delpher).

1939

"Verliefd, verloofd, .....?", in NIW 18 augustus 1939 (bron: Delpher).

Geboren

14 januari 1904 te Sittard

Gedeporteerd

25 augustus 1942 naar Westerbork, 28 augustus 1942 naar Kosel

Vermoord

30 april 1943 in Midden-Europa (fictieve datum)

Adres

Putstraat 89, Sittard

Familie

zoon van Alphons Soesman en Sara Josephina Beesman; verloofde van Elisabeth Mok

Achtergrond

Charles werd vernoemd naar zijn beide grootvaders Karel (Charles) Soesman uit Meerssen en Karel Beesman uit Maastricht.

De familie Soesman woonde al sinds 1687 in Meerssen. Veehandelaar Karel Soesman trouwde in 1872 met de Sittardse Jetta Goldstein en vestigde zich bij diens familie op de Putpoort, waar Charles' vader Alphons Soesman werd geboren. Van vaders kant had Charles drie gehuwde ooms en tantes, een neefje en vier nichtjes, waarvan er eentje in Sittard woonde.

Alphons Soesman en Sara Josephina Beesman trouwden in april 1903. Charles was hun enige kind. Hij werd begin 1904 geboren op Nieuwstraat 303/337 (waarschijnlijk de locatie waar nu frituur Pam Pam is gevestigd). Op zeker moment woonden hier tien personen: grootouders Soesman met drie zonen en twee schoondochters, alsmede een dienstmeid en vanaf 1908 (toen nichtje Elsa werd geboren) twee kleinkinderen. Met tien mensen was het wellicht wat vol geworden in het huis op de Nieuwstraat. De kleine Charles verhuisde in september 1909 naar zijn grootouders en tantes Beesman in Maastricht.

Twee zusjes Beesman uit Eschweiler hadden zich rond 1800 te Maastricht gevestigd, eentje gehuwd en de ander ongehuwd. Van de ongehuwde zus stamde de antiquair Karel Beesman af, getrouwd met Henriette Lichtenstein en vader van vier dochters. Charles' moeder Sara Josephina was de oudste. Zij en haar zus Sophia trouwden, de jongste twee bleven ongehuwd. Sophia trouwde met Isidor Dahl uit Geilenkirchen en ging daar met hem wonen; zij kregen een zoon en twee dochters.

Charles woonde van zijn vijfde tot zijn achtste in Maastricht bij zijn grootouders en de twee jongste zussen van zijn moeder, Mathilde Esther en Irma Hélène Beesman. Hij keerde terug in september 1912, toen zijn ouders naar de Putstraat waren verhuisd.

De grootouders Soesman overleden in 1913 en 1919, de grootouders Beesman in 1935 en 1930. Oom en tante Soesman-Kahn verhuisden naar de Bergstraat met nichtje Elsa, die 4 jaar jonger was dan Charles. Charles was de oudste van zijn neven en nichten aan beide kanten.

Het gezin Soesman-Beesman stond nu ingeschreven op Putstraat 59, vanaf eind 1936 op nr. 89. Over de ouders van Charles zijn nauwelijks bijzonderheden bekend. Blijkbaar voelde Charles weinig voor de veehandel van zijn vader en zag hij meer in sjieke maatpakken. Vanuit de ouderlijke woning begon hij een handel in dames- en herenkleding.

Evenals zijn vader en grootvader nam Charles een bestuursfunctie op zich, maar niet in het Israëlitisch Armbestuur (grootvader) of de Israëlitische kerkeraad (vader). In december 1928 werd Charles gekozen tot bestuurslid van Voetbalvereniging Sittard (VVS). In 1931 werd hij als secretaris vermeld en in 1934 als zodanig herkozen.

Charles was een bekend gezicht in het competitieve verenigingsleven van Sittard. In 1926 wordt hij bij een voetbalwedstrijd als grensrechter genoemd en tussen 1928 en 1940 veelvuldig als scheidsrechter. Daarnaast zijn er vermeldingen in 1933 als lid van biljartclub ‘Gezellig Tiedverdrief’ en in 1934 als deelnemer aan een kegelconcours in het Gezellenhuis.

In juli 1937 kwam Charles' neef uit Geilenkirchen tijdelijk bij de Soesmans in huis: Karl Dahl, een jeugdige koopman en de zoon van Sophia Dahl-Beesman. Karl trok zes weken later verder naar zijn tantes in Maastricht, waar hij tot de oorlog zou blijven. Ook Karls ouders vluchtten later naar Maastricht en doken daar onder, terwijl zijn zussen naar de Verenigde Staten emigreerden.

In augustus 1939 werd in het NIW de verloving aangekondigd tussen Charles Soesman en Liesje Mok uit Amsterdam. Elisabeth Mok was in 1910 geboren en naaister van beroep.

Toen in mei 1940 de Duitsers binnenvielen werd alles anders. Een huwelijk is er nooit gekomen, en Charles moest als jood afscheid nemen van alle ‘Arische’ clubs en verenigingen waarbij hij actief was. Ook met zijn kledingzaak moest hij stoppen; als grondwerker schraapte Charles nog een inkomen bijeen. Begin 1942 ging de zaak van zijn vader gedwongen in liquidatie.

Charles moest zich eind augustus 1942 melden voor ‘tewerkstelling in Duitsland’. Hij werd met vele anderen via Maastricht naar Westerbork gebracht, en van daaruit op 28 augustus weggevoerd richting Auschwitz. Zijn neef Karl Dahl en de twee tantes Beesman uit Maastricht zaten in dezelfde trein. De tantes werden na aankomst in Auschwitz meteen naar de gaskamers gestuurd.

Charles en Karl behoorden tot de groep mannen die de trein moesten verlaten bij het werkkamp Kosel, zo’n 80 kilometer voor Auschwitz. Deze mannen werden vanuit Kosel in verscheidene kampen te werk gesteld. Van hun lotgevallen is doorgaans weinig bekend. Karl stierf op 11 maart 1945 in 'Extern Kommando Bad Warmbrunn' (een onderdeel van het complex Groß Rosen); bij Charles rest alleen de aantekening 'overleden in Midden-Europa'.

De ouders van Charles moesten in februari 1943 hun huis verlaten en bij het echtpaar Soesman-Kahn intrekken op de Bergstraat. Krap twee maanden daarna moesten ze zich alle vier melden in Kamp Vught. Een maand later werden ze via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor, waar ze bij aankomst zijn vergast. In oktober 1943 werd Liesje Mok in Auschwitz vermoord.

Charles tante Sophia Samuel-Soesman, oom Louis Soesman en hun partners overleefden de oorlog. Een dochter en kleinzoon van Sophia overleefden eveneens, en een dochter en zoon van Louis; die laatste emigreerde naar Israël en kreeg vier kinderen.

Karls moeder Sophia Dahl-Beesman overleefde de oorlog met haar man en hun twee dochters; nakomelingen van hen leven in de Verenigde Staten.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst