Carolina Goldsteen-Mendel​

Naam

Carolina Goldsteen-Mendel

Lina Goldsteen-Mendel in 1939Lina Goldsteen-Mendel in 1939
(bron: Gershon Goldsteen)

De winkel van Lina aan het Raadhuisplein te GeleenDe winkel van Lina aan de Raadhuislaan 13 te Geleen (bron: Gershon Goldsteen)

Stolpersteine te Kohlscheid voor Lina en haar zoon AlfredStolpersteine te Kohlscheid voor Lina en haar zoon Alfred (bron: internet)

Geboren

6 juli 1880 te Tetz (D)

Gedeporteerd

11 oktober 1943 te Voorburg opgepakt uit onderduik, via Vught naar Westerbork overgebracht en op 19 oktober 1943 naar Auschwitz

Vermoord

22 oktober 1943 te Auschwitz

Adres

Raadhuislaan (nu Raadhuisstraat) 13, Geleen

Familie

dochter van Aron Mendel en Emma Cohsmann; weduwe van George Goldsteen; moeder van Alfred, Karl en Frits Goldsteen

Achtergrond

Lina was in 1905 getrouwd met de Amsterdammer George Goldsteen. Ze had aanvankelijk een textielzaak in Kohlscheid en later een hoedenzaak met atelier in Rheydt. Het echtpaar kreeg drie zonen en verhuisde naar Aken. In de jaren 1920 kwamen ze naar Nederland, waar haar man eerst in Vaals en nadien in Amsterdam zaken had met wisselend succes.
In 1932 vestigden ze zich in Geleen-Lindenheuvel op Ringovenstraat 6 en later Tunnelstraat 2, waar Lina weer een hoedenzaak begon.
Na het overlijden van George op 1 augustus 1934, hebben Lina's zonen Karl en Frits en haar neefje Rudi Mendel een aantal jaren bij haar ingewoond en in de winkel geholpen. Karl en Frits trokken weer uit toen zij trouwden. Rudi vertrok in 1939 en zou later actief worden in het verzet in Frankrijk.
Vanaf april 1940 was de hoedenzaak gevestigd op de Raadhuislaan; Lina (en aanvankelijk Frits) woonden boven de zaak. In maart 1941 werd haar echter een 'arische' bewindvoerder voor het bedrijf opgelegd, en in mei 1942 moest ze gedwongen de winkel opheffen.

Lina dook in oktober 1942 onder samen met haar schoondochter Elfriede, de vrouw van Karl. Ze had naar de buren voorgewend bij zoon Alfred logeren te zijn en daar wegens een blaasontsteking langer te moeten blijven. Het tweetal werd na een jaar in onderduik verraden en alsnog gedeporteerd. Ook haar zonen Alfred en Frits zijn vermoord. Zoon Karl, de echtgenotes van Alfred en Frits, haar drie kleinkinderen en neefje Rudi Mendel overleefden de oorlog.

Link

Digitaal Monument​

Literatuur

De vergeten joden van Geleen 1920-1950

Motief vervolging

joodse afkomst