Bertha Wolff-Wolff

Naam

Bertha Wolff-Wolff

 

 

Geboren

20 april 1875 te Sittard

Gedeporteerd

9 april 1943 naar Vught; op 8 mei naar Westerbork en 11 mei gedeporteerd naar Sobibor

Vermoord

14 mei 1943 te Sobibor

Adres

Emmastraat 3, Sittard

Familie

dochter van wijlen Marcus Wolff en Helena Golstein; zus van Salomon, Sibilla, Emma en Max Wolff; echtgenote van Abraham Wolff; moeder van Elvire, Sylvain, Marcel en Romain Wolff

Achtergrond

Bertha stamde uit de familie Wolff die zich rond 1790 te Limbricht en na 1800 te Sittard had gevestigd. Ze was een verre verwant van de familie Wolff op de Limbrichterstraat en van Joseph Wolff gehuwd Frederica Goldstein en Martha Michaelis.

Haar vader Marcus (1837-1922) huwde in 1873 met Helena Golstein (1848-1914) uit Heerlen. Marcus (roepnaam Meijer) woonde als kind op de Plakstraat en later met zijn gezin in de Putstraat. Hij had een ongehuwde broer Bernhard, net als hij koopman, die tot 1920 bij hen woonde en toen naar Arnhem verhuisde. Marcus en Helena hadden drie dochters en twee zonen, waarvan Bertha de oudste was. Zij trouwde in 1893 met Abraham Wolff uit Berg aan de Maas en vestigde zich met hem in Maasmechelen, waar hun vier kinderen werden geboren. Zoontje Marcel werd maar een paar maanden oud. Ook Salomon, Sibilla en Emma Wolff huwden en vertrokken uit Sittard, terwijl Max op de Putstraat bleef wonen. Bertha keerde in 1912 met haar gezin naar Sittard terug. Broer Salomon en zijn gezin ontvluchtten Luik in 1914 aan het begin van de Eerste Wereldoorlog en woonden toen enkele jaren in Sittard.

Broer Max werd slager en veekoopman op de Putstraat. Hij richtte in 1911 samen met broer Salomon en zus Emma een vennootschap op, Gebr. Wolff en Wolff frères. Zus Emma stapte daar in 1918 uit daar zij ging trouwen en naar Amsterdam verhuizen. Max trouwde pas in 1920, 40 jaar oud, met de 31-jarige Carolina (Line) Serphos uit Enschede. Drie jaar later werd te Sittard hun dochter Dini geboren. 

Toen in Limburg in 1942 de deportaties begonnen, hoefde Max zich vanwege zijn leeftijd niet te melden voor de ‘werkverruiming’. Echter een half jaar later werd hun huis door de Duitsers gevorderd. Op 10 februari 1943 werd het gezin ingeschreven bij de familie Rutten-Hertz op Limbrichterweg 14 (Huidige Stationsdwarsstraat.) Daar bleven ze niet lang, want begin april 1943 kregen ze opdracht zich in Kamp Vught te melden.

Max en zijn gezin schijnen op 7 april 1943 in onderduik te zijn gegaan, en wel bij de Oirsbeekse gemeentesecretaris Gerard Fleischeuer. De familie Fleischeuer had tien joden in hun grote huis verstopt, maar ze werden uiteindelijk verraden en op 16 november 1943 samen met hun gastheer opgepakt.

 

Zus Sibilla Keller-Wolff en twee van haar dochters overleefden de oorlog. Bertha en Emma en hun echtgenoten waren vermoord; wel overleefde een dochter van Bertha. Ook Max's oudere broer Salomon en zijn dochter Helene (gehuwd De Wijze) overleefden. Salomon Wolff verbleef na de bevrijding een tijd op Putstraat 50. Het pand bood toen tevens onderdak aan andere overlevenden die terugkeerden, zoals de gezinnen Wijnperle, Van Dam, Silbernberg, en Ies Sassen.

Link

Digitaal Monument

Literatuur

-

Motief vervolging

joodse afkomst